zaterdag 15 augustus 2020

Felice Gimondi,de buizerd van Bergamo

Het was een vroege zaterdagochtend; ik zat voor ons huisje en genoot van de ochtendrust. Niet alleen het vakantiepark, maar ook mijn huisgenootjes lagen er vredig bij. Langzaam werd het vredige gekoer van de duifjes verstoord door de percolator die meldde dat mijn espresso aanstaande was. Beter kun je de dag niet beginnen: verse espresso, een cornetto con crema en een zonnetje dat tussen de bergen door de strijd aangaat met de laatste flarden ochtendmist. Nadat ik mijn ontbijt had verorberd en de laatste kruimels van mijn bord naast het terras voor de duiven had gestrooid, bracht ik mijn fiets in gereedheid om een stukje te gaan rijden. Ik controleerde nog even of ik alles bij me had: reepje, bidon, pomp, bandje, telefoon en wat kleingeld. Ik zette mijn helm en bril op en verliet in alle rust het vredige vakantiepark. Waar ik heen ging, wist ik eigenlijk nog niet; echte plannen of een doel had ik deze ochtend niet.

 

 

Het werd weer een ouderwetse ontdekkingstocht

Al snel dook ik een klein bergweggetje in dat me door een mooie appelboomgaard leidde. Een eindje verder volgde een kersenboomgaard waarvan de kersen helaas een tijdje terug al geoogst waren. Ik fietste door de goed onderhouden fruitboomgaarden van Trentino, met zo hier en daar een gemene klim, een zeer smal weggetje of wat onverharde wegen. Het werd weer eens een ouderwetse ontdekkingstocht. Op een gegeven moment werd het straatje zo smal, dat ik bijna dacht dat ik aan het eind van de wereld uitkwam. Toch was er elke keer weer een boerderij of een huisje waar ik langs fietste. Op een gegeven moment moest ik zelfs over een erf heen waar een boerenfamilie stond. Ze keken behoorlijk verbaasd toen er ineens een wielrenner bijna door hun schuur fietste; zij wisten als geen ander welke weg ik afgelegd had om daar te komen. En, eerlijk is eerlijk: als ik dat van tevoren geweten had, dan weet ik niet of ik die ochtend deze mensen een bezoekje had gebracht. 

 

Zoals altijd brandde ik een kaarsje

Ik vervolgde mijn weg over het smalle paadje. Ik was al een tijdje geen dorpje of boerderij meer tegengekomen. “Zou ik dan toch moeten omdraaien…”, mijmerde ik. Maar ik wist hoeveel moeite het me had gekost om tot hier te komen, dus omdraaien was voor mij natuurlijk geen optie. Ik reed rustig verder, al werd de weg er niet beter op. In de verte zag ik een klein gebouwtje staan. Of het een oude boerderij of schuur was, kon ik met al die bomen en vanaf die afstand niet goed zien. Ik kwam dichterbij en vanaf de zijkant leek het wel een klein kerkje. Toen ik vlakbij was, boog de weg er iets vanaf. Langs de weg stonden een aantal auto’s. Ik zag een bordje met ‘Santuario della Madonna del Feles’. “Dat is altijd interessant,” dacht ik en ik draaide mijn fiets om en reed richting het kleine kapelletje. Het was oud, maar goed onderhouden en kende een interessante geschiedenis: rond 1620 zou hier de maagd Maria verschenen zijn aan een jonge herder, Jansel genaamd, die doofstom was. Zij genas hem en gaf hem vervolgens de opdracht om de mensen in het dorp zijn verhaal te vertellen zodat ze op deze plek een kerkje konden bouwen. Ik ging even binnenkijken en dat was meer dan de moeite waard. Ook de binnenkant was goed onderhouden en er waren een aantal fresco’s te bewonderen. Zoals altijd brandde ik ook nu weer een kaarsje voor alle dierbaren die mij ontvallen waren, en voor iedereen die een extra steuntje kon gebruiken. Ik stond even stil bij van alles en nog wat, waarna ik mijn eigen pad weer vervolgde. 


“E morte, il campione”

Het duurde niet lang of ik fietste de bewoonde wereld in. Al gauw ontdekte ik een bord dat mij de goede kant op kon sturen: Bossentino, 3 kilometer - die kant moest ik op. Vanaf Bossentino daalde ik af richting Calceranica al Lago. Een mooie en goed lopende afdaling waar ik de fiets lekker kon laten lopen. Na een goede twee uur kwam ik aan in Calceranica al Lago. Ik besloot om bij het plaatselijke barretje ‘un caffe’ met een lekker broodje te pakken. Ik plaatste mijn fiets zorgvuldig tegen het metalen bord van Algida en zag dat de ‘fior di fragola’ nog steeds op de kaart stond, een ijsje waar ik in de jaren tachtig verzot op was. Ik liep naar binnen en bestelde ‘un caffe e un cornetto simplice’. De koffie werd met veel liefde voor me gemaakt; het broodje mocht ik zelf pakken. Ik ging er even heerlijk voor zitten, want de beentjes voelden best zwaar. Terwijl ik van mijn koffie genoot, keek ik naar de standaard met kranten. Tot mijn verbazing zag ik een foto van Felice Gimondi; de tekst die erbij stond was onleesbaar omdat er allerlei kranten voor staken. Ik liep naar het rek en haalde de welbekende roze krant eruit.

Ik keek naar de foto, maar voordat ik de kans kreeg om de tekst te lezen, hoorde ik vanachter de bar een zware stem. “E morto, il campione. Een hartstilstand tijdens het zwemmen.” Ik keek de man verbaasd aan, die rustig doorging met de vaat en ondertussen zei: “De buizerd van Bergamo vliegt niet meer.” Ik ging weer zitten, at mijn broodje en sloeg het laatste slokje koffie achterover en las het nieuws over Felice Gimondi. Nadat ik had afgerekend, liep ik naar buiten en stopte de krant in één van mijn achterzakken. Ik pakte mijn fiets en stapte op om de laatste paar kilometers af te leggen.  Met de schrik van het nieuws over Felice Gimondi in de benen en met La Gazetta in mijn achterzak, rolde ik ons vakantieparkje weer op. Ik plaatste mijn fiets tussen de auto en ons huisje, legde mijn helm in de zon te drogen en liep naar binnen om wat verfrissends in te schenken. Met een nonchalante zwaai deponeerde ik de roze krant op tafel. “Hoe ging het?” “Gimondi is overleden”, antwoordde ik. “Wie?” “Felice Gimondi”, zei ik verbaasd. “Ken ik niet”, was het antwoord terug. Ik ging in de schaduw zitten en had mezelf de moeite bespaard om uit te leggen wie Felice Gimondi was. Nu kon ik rustig de krant lezen.

 

De ‘buizerd van Bergamo’ vloog uit en het peloton zag hem niet meer terug

’s Avonds installeerde ik me voor de televisie, omdat er een eerbetoon uitgezonden zou worden zoals ze alleen in Italië sporthelden kunnen eren. Felice Gimondi, geboren op 29 september 1942 te Sedrina. Hij groeide op in een degelijk gezin, waar hard gewerkt moest worden. Vader was vrachtwagenchauffeur en moeder postbode. Het was zijn moeder die de basis legde voor de grote Gimondi. Als kleine jongen mocht hij vaak met zijn moeder mee om de post rond te brengen, op de fiets. In het heuvellandschap tussen Sedrina en Bergamo werd de basis gelegd voor zijn glansrijke carrière. Het duurde overigens nog jaren voordat hij zijn eerste koersfiets kreeg, maar toen hij die eenmaal had, veranderde hij in een stoïcijnse coureur die precies wist wat zijn doel was. Hij was een zeer goede amateur en won onder andere ‘De ronde van de toekomst’. In 1964 stond hij aan de start van de Olympische Spelen in Tokyo, samen met nog zo’n groot talent - Eddy Merkx. De wereld kreeg toen al een voorproefje van wat de jaren daarop nog vaak zou gebeuren. Eddy dacht dat hij er in de laatste ronde tussenuit kon knijpen, maar helaas - de Buizerd van Bergamo haalde hem terug. In het jaar daarop maakten beide heren hun debuut in het profpeloton, maar het was uitgerekend Gimondi die van zich deed spreken. Aanvankelijk zou hij niet meegaan naar de Tour, maar hij werd op het laatste moment toch opgeroepen en verscheen als neo-prof onverwachts aan het vertrek. In een overgangsetappe kreeg hij een vrijbrief om wat te proberen; hij was bij de rest van het peloton een jonge, onbekende renner. De Buizerd vloog uit en het peloton zag hem nooit meer terug, waarmee hij de basis legde voor zijn eindklassement. Hij won dat jaar drie etappes, maar het winnen van de Tour in zijn debuutjaar was de allerbelangrijkste overwinning. Gimondi was toen pas 23 jaar. En daar bleef het niet bij: hij reed vijf keer de Tour de France, maar eindigde nooit lager dan de zevende plaats. Hij reed 14 keer de Giro en won hem drie keer en stond negen keer op het podium in het eindklassement. Zijn laagste klassering  was een 15e plaats, hij was toen al 35 jaar oud. Ook reed hij eenmaal de ronde van Spanje waarbij hij ook met de winst naar huis ging. Felice Gimondi was één van de zeven renners die alle drie de grote rondes hebben gewonnen. 

 

Wie weet wat er gebeurd zou zijn als Merckx er niet was geweest….

Hij was niet alleen een grote ronderenner, maar ook in eendagskoersen kon hij goed uit de voeten. Hij won Milaan-San Remo, Parijs-Roubaix, twee keer de Ronde van Lombardije en twee keer Parijs-Brussel. In 1973 bekroonde hij zijn carrière met de regenboogtrui. Naast deze overwinningen stond hij ook nog eens tien keer op het podium bij een klassieker en won hij ook vele minder bekende eendagswedstrijden én werd hij twee keer Italiaans kampioen op de weg - en dat allemaal in het tijdperk met Eddy Merckx! Wie weet wat er gebeurd was, als Merckx er niet was geweest... Samen met zijn toenmalige ploeggenoot van Bianchi Campagnolo, de Belg Rik van Linden, won hij in 1977 de zesdaagse van Milaan; ook op de baan kon hij dus een aardig stukje rijden. Na zijn carrière bleef hij Bianchi en de wielersport trouw, waarbij hij zijn hele leven ‘een uithangbord’ voor Bianchi is geweest. 

 

Felice Gimondi overleed op 16 augustus 2019 tijdens het zwemmen in de zee bij Giardini Naxos op Sicilië aan een hartinfarct t. Hij werd 76 jaar.

 

Grazie Felice.

 

 

 

  

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Punta Marina Terme

  Het is een warme ochtend in Punta Marina Terme. Ik gooi m'n laatste slok espresso achterover en strek de beentjes. De rit van gisteren...