op audiëntie bij een oude bekende
Trentino, de streek van appels, peren en nog heel veel meer fruit. Het moet ongeveer 2007 zijn geweest dat we hier op vakantie waren. Dat was ook dat jaar dat ik voor het eerst kennismaakte met il Panarotta, een klim van 16,2 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 8%. Ook in 2019 waren we weer op deze bijzondere plek neergestreken en op een mooie, zonnige ochtend ging ik opnieuw de uitdaging aan met deze klim. Il Panarotta. In mijn herinnering was het een gemeen loeder, verscholen in de beboste flanken van de Dolomieten. Terwijl ik mezelf klaarmaakte voor een mooie uitdaging, deed de rest dat ook. Ik pompte wat verse berglucht in mijn bandjes en plaatste twee frisse bidons in de fiets; de dames wandelden gewapend met zonnebrandcrème en wat versnaperingen het pad af, richting het zwembad.
Vanaf de camping slingerde ik eerst door een appelboomgaard om vervolgens mijn weg te vinden richting Levico Terme. Als il Panarotta in de Giro zit, gaan ze meestal vanaf Levico omhoog en ik had me voorgenomen dat deze keer ook te doen. De vorige keer was ik vanaf Pergine omhoog gereden - en dat was een helse klus. “Misschien loopt hij wel wat makkelijker vanaf deze kant”, dacht ik.
Eenmaal in Levico was de klim al begonnen voordat ik er erg in had: hij liep direct gemeen omhoog. Zodra ik het stadje uit was, had ik een mooi uitzicht over het Lago di Levico. Terwijl ik van dat schitterende uitzicht genoot, moest ik wel even terugschakelen. Ik keek op mijn tellertje en zag dat het hier 9% omhoog liep. In de eerstvolgende bocht keek ik over mijn linkerschouder om nog één keer een glimp op te vangen van dat mooie uitzicht. Tot mijn grote schrik keek ik recht in het gelaat van een jonge renner: strak gebruinde kop, snelle bril en wat vlashaartjes tussen neus en bovenlip. Ik was de bocht nog niet uit of hij dartelde me voorbij alsof ik stilstond. Voor de zekerheid keek ik nog een keer op mijn teller: 9 kilometer per uur en 10%. De moraal zakte naar een dieptepunt – en dat terwijl ik nog zeker 14 kilometer moest klimmen. Tot mijn grote verbazing kwam de jonge renner na een aantal minuten weer retour. Nadat hij mij aan de andere kant van de weg gepasseerd was, draaide hij zich om en zette zich in mijn wiel. Ik keek achterom en hij lachte vriendelijk. Ik bekeek hem nog eens goed. Hij was zo mager dat je er bijna doorheen keek. Afgetraind tot op het bot, een mooie Colnago onder zijn magere kontje en een paar bruine poten van heb ik jou daar. Hij bleef misschien een minuutje in mijn wiel en hup, weg was hij weer. Hij danste op de pedalen voor mij uit omhoog alsof het niets was. En ik? Ik zwoegde mezelf een weg omhoog en begon de hitte van de dag al behoorlijk te voelen.
Eenmaal in Levico was de klim al begonnen voordat ik er erg in had: hij liep direct gemeen omhoog. Zodra ik het stadje uit was, had ik een mooi uitzicht over het Lago di Levico. Terwijl ik van dat schitterende uitzicht genoot, moest ik wel even terugschakelen. Ik keek op mijn tellertje en zag dat het hier 9% omhoog liep. In de eerstvolgende bocht keek ik over mijn linkerschouder om nog één keer een glimp op te vangen van dat mooie uitzicht. Tot mijn grote schrik keek ik recht in het gelaat van een jonge renner: strak gebruinde kop, snelle bril en wat vlashaartjes tussen neus en bovenlip. Ik was de bocht nog niet uit of hij dartelde me voorbij alsof ik stilstond. Voor de zekerheid keek ik nog een keer op mijn teller: 9 kilometer per uur en 10%. De moraal zakte naar een dieptepunt – en dat terwijl ik nog zeker 14 kilometer moest klimmen. Tot mijn grote verbazing kwam de jonge renner na een aantal minuten weer retour. Nadat hij mij aan de andere kant van de weg gepasseerd was, draaide hij zich om en zette zich in mijn wiel. Ik keek achterom en hij lachte vriendelijk. Ik bekeek hem nog eens goed. Hij was zo mager dat je er bijna doorheen keek. Afgetraind tot op het bot, een mooie Colnago onder zijn magere kontje en een paar bruine poten van heb ik jou daar. Hij bleef misschien een minuutje in mijn wiel en hup, weg was hij weer. Hij danste op de pedalen voor mij uit omhoog alsof het niets was. En ik? Ik zwoegde mezelf een weg omhoog en begon de hitte van de dag al behoorlijk te voelen.
Het viel me op dat ik constant in de zon aan het fietsen was terwijl ik -in mijn herinnering- 12 jaar geleden continu in de schaduw van de talrijke bomen omhoog fietste. Hoe hoger ik kwam, hoe duidelijker het werd: dit gebied was enorm getroffen door de storm van november 2018 toen zich hier een natuurramp voltrok die zijn weerga niet kende. In Veneto werd een gebied verwoest ter grootte van 5 keer de Veluwe en in Trentino sneuvelde 4% van alle bomen - 14 miljoen bomen. Het was een storm met apocalyptische vormen waarbij in totaal 30 mensen om het leven kwamen. Duizenden mensen zaten zonder stroom. Bomen knakten als luciferhoutjes of werden met wortel en al uit de grond gerukt, takken vlogen in het rond. Bewoners in de kleine dorpjes waren compleet van de buitenwereld afgesloten. Met de enorme sneeuwval in de vaak strenge winters zijn ze wel wat gewend, maar nu werden ze ruw overvallen door een bombardement van bomen en takken. Duizenden vrijwilligers gingen de straat op om puin te ruimen en om de straten weer zo snel mogelijk begaanbaar te maken. Ook het bekende violenbos (waar het hout voor een Stradivarius-viool vandaan komt) in Val Saisera en Paneveggio werd getroffen. Volgens experts duurt het minimaal 100 jaar voordat de natuur zich hiervan zal herstellen. Zoals ik normaal gesproken onder de indruk kan zijn van de schoonheid van de natuur, zo was ik dat nu van de wreedheid en hoe genadeloos en verwoestend de natuur kan toeslaan. Terwijl ik daar fietste en de lege plekken in me opnam, voelde ik me een heel klein nietig wezentje. Ik besefte dat als moeder natuur met de vingers knipt, je dan maar te gehoorzamen hebt.
Na ruim 11 kilometer klimmen kwam ik aan in Vetriolo waar de wegen vanuit Pergine en Levico Terme samenkomen. In de Giro dalen ze dan vaak af naar Pergine, maar de echte kleppers gaan daar rechtsaf - door naar het skistation van il Panarotta. Even twijfelde ik of ik hier zou stoppen voor een lekkere espresso met een broodje, maar die twijfel was van korte duur. Ik heb namelijk de gewoonte om nooit te stoppen in een klim; als ik eenmaal die cadans te pakken heb, wil ik die zo lang mogelijk vasthouden. Vanaf dit punt was het nog een goede vijf kilometer - en niet de zuinigste kilometers. Ik besloot mijn ritme aan te houden en door te fietsen. Ik sloeg het smalle weggetje in dat mij naar hogere sferen zou leiden en nam nog maar eens een flinke slok van mijn nu inmiddels wat minder frisse sapje. Na al die klimkilometers smaakte het verrukkelijk. Vanaf hier kon ik gelukkig weer in de schaduw fietsen en na vier kilometer kwam ik aan bij de enorme parkeerplaats van het skistation.
In de verte hoorde ik muziek en heel even dacht ik dat het uit het dal kwam. Terwijl de weg hier omhoog bleef lopen, stak ik de behoorlijk volle parkeerplaats over, ondertussen luisterend naar de muziek die maar dichterbij bleef komen. Het houten schuurtje aan het eind van de parkeerplaats was nu gesloten, maar in de winter werd daar vast het een en ander aan versnaperingen verkocht. Ik fietste er omheen en fietste via een verhard zandpad achter het schuurtje nog een stukje verder omhoog, richting het skistation. Ik hoorde de muziek steeds beter en deze lokte mij tot een laatste inspanning. Ik reed nog een kleine 500 meter omhoog en voor me lag een lange flauwe bocht die langzaam omhoog liep. Hoe hoger ik kwam, hoe meer de berg van zijn top blootgaf en zo mijn laatste inspanning ruimschoots beloonde. Onderaan de skipiste stond een groot restaurant en uitgerekend vandaag was daar een festival. “Dat is nog eens een goed weerzien met een oude bekende”, mompelde ik in mezelf. Ik plaatste mijn fiets tegen een houten hekje, liep richting een kraampje waar ik een broodje en een frisse cola kocht en ging in het gras zitten. Terwijl ik naar het duo luisterde dat op dat moment aan het spelen was, moest ik denken aan ‘good old’ Franco Battiato en aan de tijd dat ik in een pizzeria werkte. Franco Battiato stond daar vaak op als we met de voorbereidingen bezig waren. Overal om mij heen zaten mensen: etende, genietende mensen en groepjes kinderen die in een stromend beekje speelden. De zon verwarmde dit tafereel met gulle stralen. En ik, ik genoot van alles wat ik om me heen zag: spelende kinderen, blije mensen, fijne muziek én die oude bekende die ik er toch maar weer mooi onder gekregen had.
In de verte hoorde ik muziek en heel even dacht ik dat het uit het dal kwam. Terwijl de weg hier omhoog bleef lopen, stak ik de behoorlijk volle parkeerplaats over, ondertussen luisterend naar de muziek die maar dichterbij bleef komen. Het houten schuurtje aan het eind van de parkeerplaats was nu gesloten, maar in de winter werd daar vast het een en ander aan versnaperingen verkocht. Ik fietste er omheen en fietste via een verhard zandpad achter het schuurtje nog een stukje verder omhoog, richting het skistation. Ik hoorde de muziek steeds beter en deze lokte mij tot een laatste inspanning. Ik reed nog een kleine 500 meter omhoog en voor me lag een lange flauwe bocht die langzaam omhoog liep. Hoe hoger ik kwam, hoe meer de berg van zijn top blootgaf en zo mijn laatste inspanning ruimschoots beloonde. Onderaan de skipiste stond een groot restaurant en uitgerekend vandaag was daar een festival. “Dat is nog eens een goed weerzien met een oude bekende”, mompelde ik in mezelf. Ik plaatste mijn fiets tegen een houten hekje, liep richting een kraampje waar ik een broodje en een frisse cola kocht en ging in het gras zitten. Terwijl ik naar het duo luisterde dat op dat moment aan het spelen was, moest ik denken aan ‘good old’ Franco Battiato en aan de tijd dat ik in een pizzeria werkte. Franco Battiato stond daar vaak op als we met de voorbereidingen bezig waren. Overal om mij heen zaten mensen: etende, genietende mensen en groepjes kinderen die in een stromend beekje speelden. De zon verwarmde dit tafereel met gulle stralen. En ik, ik genoot van alles wat ik om me heen zag: spelende kinderen, blije mensen, fijne muziek én die oude bekende die ik er toch maar weer mooi onder gekregen had.


Eerste verhaal van een nieuw boek...?
BeantwoordenVerwijderen