donderdag 16 juni 2022

Terug naar Piemonte, Cavatore

Het is alweer twee jaar geleden dat ik voet op Italiaanse bodem heb gezet en nu is het eindelijk weer zover: samen met vrienden gaan we naar Valcrosa, een B&B in de bergen van Piemonte, vlak bij de schitterende stad Acqui Terme. De Romeinen hebben ‘Aquae Stattielae’ in 173 voor Christus gebouwd, aan een belangrijke doorgangsroute richting Turijn. Het dankt zijn naam trouwens aan de door de Romeinen gebouwde thermaalbaden, die in die tijd de belangrijkste van het rijk zijn. Bij een eerder bezoek aan deze indrukwekkende streek heb ik me voorgenomen hier nog weer een keer naartoe terug te gaan. En hoe mooi is het, dat ik dat samen mét en bíj goede vrienden ga doen.

 

Een hoop gezwaai en een vreugdedansje 

Vanuit het dal slingert een smal weggetje tegen de berg omhoog, richting het voormalige klooster waarin nu B&B Valcrosa gevestigd is. De omgeving doet me sterk denken aan de streek waar mijn familie vandaan komt. Grillig, maar wel goed begroeid met veel bomen en met gras dat nog knalgroen is. Aan alles zie je dat de temperatuur hier in de zomer flink kan oplopen. Na een kleine kilometer zijn we bijna boven en stuur ik de auto door de laatste haarspeldbocht. Mijn ogen volgen het slingerweggetje dat trouwens meer uit grind dan uit asfalt bestaat en ik zie het schitterende pand. De auto kruipt de laatste meters rustig omhoog en Ugo en Pia staan al voor het oude klooster, hun B&B. Ik laat de claxon tussen de bergen weerkaatsen en het antwoord is een hoop gezwaai en een vreugdedansje. 

 

Ik draai me om en kijk om me heen

Nadat we elkaar uitbundig begroet hebben, lopen we over het terras dat aan een binnenplaats doet denken naar de achterkant van het eeuwenoude pand. Vanaf daar kijken we uit over weideland, dat omhoog loopt tot aan de verderop gelegen bosrand. Stomverbaasd nog over de schoonheid ervan, loop ik het zandpad een stuk omhoog, richting de bosrand. 

 

Onze hond Pip is ook mee en ze volgt me op de voet. Voor haar is het eigenlijk ook een bijzondere reis: ze is voor het eerst weer terug op geboortegrond – en dat doet me toch wel wat merk ik. Bij Pip maakt het ook wat los en ze doet haar behoefte in het hoge gras. Samen lopen we nog een stukje verder en na een meter of honderd draai ik me om en kijk ik uit op het oude klooster. Ik kijk om me heen. De natuur, de gebouwen, het weideland, de grond – het lijkt allemaal zo verschrikkelijk veel op de geboortegrond van mijn vader… Even verlang ik weer terug naar de tijd dat ik als kleine jongen samen met mijn opa eropuit trok. Samen met hem en met zijn werkezel de bergen in. Aardappels en groente van het land halen, de kippen voeren, fruit plukken, helpen met hooien. Ogenschijnlijk simpele dingen, maar altijd als ik in de bergen ben, denk ik met weemoed terug aan die tijd. Een tijd waarin ik vooral geleerd heb dat de waarde van het leven in kleine dingen zit. 

 

De schaduw van een volwassen man

Terwijl ik naar de grond kijk, zie ik dat de zon mijn schaduw voor me uit projecteert. Daar voor me ligt niet meer de schaduw van dat jongetje, maar van een volwassen man. Ik haal diep adem, neem alles in me op en ruik de geuren uit mijn zomerse kinderjaren. Ongemerkt is Pip naast me komen zitten en ik zie twee schaduwen voor me op de grond. Twee schaduwen die in dit land allebei een stukje geschiedenis hebben. Langzaam zak ik door mijn hurken en pak een klein handje zand. Ik kijk ernaar en terwijl ik de woorden ‘Terra Mia’ fluister, laat ik het heel langzaam door mijn vingers glijden. Voorzichtig kijk ik naar rechts en voor ik het in de gaten heb, krijg ik een natte tong over mijn wang. 

 

Ik loop weer terug en zie dat Pia een lekkere frisse Moretti heeft klaargezet. Nog voordat ik een slok kan nemen, hoor ik een auto het pad op draaien; daar komen de volgende vrienden aan. Aan de muziek en het lawaai te horen, zijn dat Hans en Tamar. Nog twee te gaan en dan zijn we compleet. 

 

Daar staan we. Acht vrienden, boven op een berg in Piemonte

Terwijl Anna van haar kopje thee geniet, nemen Hans, Tamar en ik een heerlijke Moretti. Pia en Ugo hebben voor zichzelf een glas wijn ingeschonken en een flinke plank met de lekkerste worsten en verschillende kaasjes op tafel gezet. Het wachten op de laatste twee reizigers wordt zo nog een stuk aangenamer. Dat wachten wordt al snel beloond, want ook Floor en Giovanni Cavatore zijn gearriveerd. Fijn – we zijn compleet! Ugo ontkurkt een goede Prosecco en daar staan we: acht vrienden boven op een berg in Piemonte; proostend op vriendschap, liefde en avontuur. Het wordt een mooie avond, met niet alleen wijn die rijkelijk vloeit, maar ook met bier & borrelnoten en met goede gesprekken.

 

Il Sindaco di Cavatore

Geen vakantie zonder fietsen voor mij en Hans en dus dokteren we de volgende dag samen een klein rondje uit met de nodige hoogtemeters, en met een bezoekje aan Cavatore. Dit kleine dorpje ligt tegenover Valcrosa, boven op de top van een berg. Aan deze plaatsnaam heeft Giovanni trouwens zijn bijnaam ‘Giovanni Cavatore’ te danken: na een eerder bezoek aan deze streek zegt hij te pas en te onpas “Cavatore!”. Ik noem hem ook wel ‘Il Sindaco di Cavatore’, de burgemeester van Cavatore.

 

Maar goed, de fietsen staan klaar en de bidons zijn gevuld en Hans en ik vertrekken voor een klein tochtje in Piemonte. We dalen het slechte slingerweggetje af richting het dal en moeten direct al goed opletten voor de gaten en al het grind dat in de bochten ligt. Eenmaal in het dal wordt de weg een stuk beter en kunnen we vaart maken. We draaien bij Melazzo de SP334 op, richting Cartosio. De beentjes draaien er lustig op los om op te warmen voor de eerste beklimmingen van dit jaar. Alles zit mee: het weer is prima en de weg glooit lekker, langs fiume Erro – de rivier de Erro. Het belooft een mooie rit te worden. 

 

“Dat bord, dat zal toch niet….”

De eerste kilometers vliegen onder ons door en voor we er erg in hebben, zijn we al bij Cartosio. Iets voorbij Cartosio moeten we linksaf, richting Saquanna. Daar is de splitsing al en we duiken allebei links de weg in, richting Saquanna. In het voorbijgaan zie ik naast de weg een bord dat op een afzetting lijkt. De oude man die ernaast staat, kijkt ons een beetje vreemd aan. Ik knik vriendelijk, maar de beste man geeft geen krimp. “Dat bord, dat zal toch niet….” denk ik heel even. Maar nee, dan had het vast wel midden op de weg in plaats van aan de kant gestaan. En dus vervolgen we vrolijk onze weg en zijn de eerste kilometers inmiddels een feit. Eerst nog wat vals plat, maar vanaf Saquanna gaat het toch echt los: 10%, 12% - het begint echt op werken te lijken. En het houdt maar niet op…. Hans en ik lopen af en toe blauw aan, maar we gaan door. We hebben onze zinnen op Ponzone gezet. De weg blijft klimmen, is grillig en heeft serieuze stijgingen. Kortom, we komen nooit echt lekker in ons ritme. Af en toe zien we al een glimp van Ponzone, maar echt dichterbij komt het niet; althans niet vanzelf.

 

Een wegversperring met een enorme berg zand erachter

“Nog een paar bochten”, zegt Hans, “dan moeten we er toch wel zijn.”. Maar niets is minder waar: na de eerstvolgende bocht stuiten we op eenzelfde bord als wat ik aan het begin van de weg ook gezien heb. Alleen staat dit bord wél midden op de weg. En daar staan we na zeven kilometer klimmen, voor een wegversperring met een enorme berg zand erachter zodat niemand het in zijn hoofd haalt om er langs te glippen. Achter die berg zand zien we dat de weg over een lengte van zeker 100 meter compleet weggeslagen is. Ugo vertelt ons later bij thuiskomst dat er twee jaar geleden enorme modderstromen zijn geweest waardoor veel wegen en bruggen destijds zijn weggespoeld. De meeste zijn weer hersteld – behalve deze dus. 

 

We kijken langs de berg met zand omhoog en zien toch onze kans schoon. We hebben immers niet voor niets zeven kilometer omhoog gebuffeld. Ik draai een rondje, schakel naar een goed verzet en terwijl Hans erlangs glipt, fiets ik eroverheen. Voorzichtig zoeken we een zandpaadje langs de weggeslagen weg. Sommige stukken zijn prima te doen, maar andere…. 

 

De eerste echte afdeling van dit jaar is een feit

Niet veel verder komen we gelukkig weer op de gewone weg. Nou ja, gewoon: een weg in de bergen waar zo’n twee jaar geen auto meer gereden heeft, zwaar overwoekerd met bomen en struiken en waar dwars door het asfalt heen overal onkruid groeit. Zo goed en zo kwaad als het kan, proberen we een behoorlijke baan te vinden. Na een kleine twee kilometer wordt de weg eindelijk weer goed begaanbaar en komen we uit bij Ponzone. We laten Ponzone links liggen en dalen direct af naar Cavatore. De weg ligt er prima bij en er is vrijwel geen verkeer. De eerste echte lange afdaling van dit jaar is een feit en het voelt altijd heerlijk als je dan je fiets weer eens echt kunt laten lopen. Voor we er erg in hebben, zijn we al bij de afslag van Cavatore. We slaan linksaf, waarna we nog een klein stukje moeten klimmen. 

 

“Die is gek”

Aan de rand van het dorp loopt een man met zijn hond. “Het centrum van Cavatore, rechtdoor?” vraag ik. “Si”, antwoordt de man, maar terwijl hij dat zegt zie je hem denken – “Die is gek.” In dit kleine dorp is namelijk maar één weg. We draaien een oud, historisch pleintje op dat totaal uitgestorven is. Er is daar niets. Geen bar, geen mensen, helemaal niets. Het is compleet uitgestorven, op die man met zijn hond na dan, maar die zagen we buiten het dorp, dus die tellen niet meer mee. Na twee rondjes op de kleine steentjes op het pleintje gedraaid te hebben, zegt Hans: “Cavatore, zullen we kijken of ze in Melazzo koffie hebben?” “Si. Certo”, antwoord ik.

 

We dalen verder over een schitterende weg en er komt ons een bus tegemoet. In het voorbijgaan zie ik nog net ‘Lijn 12 – Moretti’ staan. Hans en ik kijken elkaar aan en schieten in de lach. We gaan rustig verder en komen weer op de hoofdweg. “Nog een klein stukje en dan gaan we weer links”, zegt Hans. Wat hij vergeten is erbij te zeggen, is dat de weg vanaf daar nog een keer smerig omhoog loopt. Maar, dan sta je daarna ook in Melazzo! 

 

Koffie en zoete broodjes

We draaien weer een klein pleintje op, maar dit keer wel met een knus barretje erop. We gaan naar binnen waar het tot onze grote verbazing uitgestorven is. Alleen het echtpaar dat de zaak bestiert, is aanwezig. We bestellen twee koffie met twee zoete broodjes en gaan naar het kleine maar gezellig ogende terras. Ook hier is niemand te bekennen. Het broodje is zo rijkelijk gevuld met chocola, dat het na afloop niet alleen voelt alsof je er drie op hebt, maar je zit ook onder de chocoladepoeder. Op verzoek van de uitbater rekenen we contant af; het bedrag is te klein om daar de pin voor op te starten. 

 

Terug naar Valcrosa, waar goede vrienden en wijn op ons wachten

We lopen terug naar onze fietsen die op een uitgestorven pleintje in de volle zon staan te bakken. Ik pak mijn bidon en giet het lauwe water over mijn handen en spoel de laatste resten chocola van mijn handen. De helm die ik in de zon te drogen heb gelegd, zet ik met een goed gevoel weer op. We zetten de fietsen in de goede richting, klikken de schoenen op de pedalen en rollen rustig Melazzo uit. Het slingerweggetje brengt ons weer terug naar Valcrosa waar goede vrienden en een goed glas wijn op ons wachten. 




Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Punta Marina Terme

  Het is een warme ochtend in Punta Marina Terme. Ik gooi m'n laatste slok espresso achterover en strek de beentjes. De rit van gisteren...