dinsdag 22 maart 2022

Colle del piccolo San Bernardo, in het spoor van Hannibal





De zwaluwen scheren door de strakblauwe ochtendlucht van de Valle d’Aosta. Met het bijbehorende gekrijs doen ze zich tegoed aan de insecten die opstijgen uit het vers gemaaide gras. Ik zit aan de ontbijttafel die onder de overdekte patio staat en kijk naar dit schouwspel dat me een vertrouwd en rustig gevoel geeft. Terwijl de geur van vochtig hooi verdreven wordt door de geur van verse espresso die vanuit ons huisje de weg naar buiten vindt, schuiven Jaap en Hans ook aan. Vanaf de patio kijken we uit over een stuk grond waar ooit de koeien van de huiseigenaar gelopen moeten hebben. De ingestorte stallen naast ons huisje wijzen erop dat dit vroeger een redelijke boerderij moet zijn geweest. Terwijl we van onze espresso genieten, kijken we naar de zwaluwen en de prachtige omgeving.

 

Vandaag moet die beklimming dan maar gebeuren

Jaap verstoort de stilte. “Wat zijn de plannen voor vandaag?”, vraagt hij. Het blijft even stil en dan komt Hans met een voorstel: “De kleine Sint-Bernhard staat toch nog op ons lijstje?”. En omdat we hier niet heel lang meer zijn, spreken we af dat die beklimming dan vandaag maar moet gebeuren. Met de kaart in de hand maken we de plannen. We schieten in onze fietskleren, vullen de bidons, zetten de fietsen op de auto en zetten koers richting Morgex. Eenmaal in Morgex aangekomen, parkeren we de auto langs de ss26, oftewel de Avenue du Mont Blanc. Bij het horen van die naam alleen al zakt de moed je in de schoenen en als je dan om je heen kijkt, wordt het er niet beter van: een schitterende, maar ruige omgeving.

 

Een prima klim zo

We stappen op onze fietsen en rijden in de richting van de Mont Blanc. Na ruim 5 kilometer -die al verraderlijk omhoog gaan- zijn we in Pré-Saint-Didier. Vanaf daar begint de klim naar Colle del Piccolo San Bernardo, de Kleine Sint-Bernhardpas. Een mooie, niet al te steile klim van 22,6 kilometer in een schitterend landschap met maar liefst 30 haarspeldbochten. Na de eerste 8 bochten, die mooi verstopt in het bos liggen, komen we uit bij een punt naast de rivier Fiume Dora Baltea. Deze rivier begeleidt ons met een oorverdovend lawaai tot aan het wintersportoord La Thuile. Midden in La Thuile gaat de weg naar rechts en wordt vervolgens een stuk smaller. Tot dit punt vinden we elkaar nog goed, maar tijdens de volgende 11 haarspeldbochten moeten we elkaar toch echt laten gaan. Zoals altijd pakken we ons eigen tempo en rijdt ieder voor zich omhoog. Ik merk al snel dat Hans goede beentjes heeft en dat ik mezelf een beetje in de spaarstand zet. Je weet maar nooit wat er nog komen gaat, denk ik terwijl ik voel dat het goed gaat vandaag. In de haarspeldbochten probeer ik elke binnenbocht te gaan staan. Even aanzetten en daarna weer in de spaarstand. Het voelt heerlijk; een prima klim zo.

 

Napoleon Bonaparte, Hannibal en nu Il Gruppetto

Ondanks dat het een lange klim is, vliegen de kilometers gemakkelijk onder onze wielen door. De laatste kilometers zijn voornamelijk lange, rechte stukken met af en toe een laffe bocht. We komen al behoorlijk op hoogte. Er groeien hier bijna geen bomen meer, waardoor de wind vrij spel heeft. Ik rits mijn shirtje wat verder dicht en zie in de verte de top al. Hans staat me bij het oude grenswachtershuisje op te wachten en niet lang daarna meldt ook Jaap zich. Omdat we ook nog even Frankrijk in willen, gaan we gelijk verder. Voor we het goed en wel in de gaten hebben, staan we in het departement de la Savoie. Vanaf hier is het een zeer snelle afdaling naar Bourg-Saint-Maurice. Het is hier werkelijk schitterend  en in de wijde omtrek is dit de enige plek om over deze bergkam te komen. Je kunt dus wel stellen dat het een belangrijke doorgang is. De verharde weg is tussen 1893 en 1905 aangelegd, maar deze passage wordt al veel eerder gebruikt door de Romeinen en Kelten. Dit is nog goed te zien aan de verschillende resten van Romeinse bouwwerken. Maar, deze passage is vooral bekend van de tocht die zowel Napoleon Bonaparte als Hannibal gemaakt hebben. En vanaf nu kan ook Il Gruppetto aan dat rijtje worden toegevoegd.

“Ach, natuurlijk. Zo heet de berg hier.”

Na de verplichte kiekjes en nodige grappen besluiten we om weer af te dalen naar La Thuile voor de lunch. Het duurt niet lang of Il Gruppetto bestormt het terras van een plaatselijk restaurant dat behoorlijk vol zit, dus hier moet het wel goed zijn. Na een goede en voedzame lunch ga ik even naar het toilet om onder andere mijn bidon bij te vullen. Mijn oog valt op een foto, rechts naast de spiegel. Een foto van een beeld op een Romeinse zuil. Het komt me bekend voor, maar ik kan het niet direct plaatsen. Onder de foto staat ‘Bernard de Menthon’. “Bernard... Bernard...” zeg ik hardop. “Ach, natuurlijk. Zo heet de berg hier.” Vluchtig lees ik het verhaaltje onder de foto: de heilige Bernardus van Menthon is beschermheilige van de bergbeklimmers en reizigers. Hij beschermt hen tegen bandieten en tegen de grille streken van moeder natuur. Ook heeft Bernardus een hospice gesticht om reizigers te helpen. De naam Colle del Piccolo San Bernardo heeft de naam dus aan deze heilige te danken.

 

De weg wordt minder en smaller, maar dat is niet het enige…

Nadat we afgerekend hebben, dalen we af naar het dal om vanaf daar Courmayeur in te rijden. We willen kijken of we een beetje in de buurt kunnen komen van de Mont Blanc - en dat lukt goed. We vinden een klein weggetje dat rustig omhoog loopt en vanaf waar we tegen een eindeloos hoge rotspartij opkijken. Alle drie zijn we sprakeloos en behoorlijk onder de indruk van dit imposante stuk natuur. We fietsen verder over een pad dat her en der gemeen omhoog loopt en ons het uitzicht op de Mont Blanc ontneemt. Het is uitzonderlijk druk op de weg en we worden met enige regelmaat ingehaald door auto’s en bussen die afgeladen vol zitten. Ondertussen loopt de weg steeds verder omhoog. Een lege bus komt ons tegemoet, maar ook de aanvoer van volle auto’s en bussen die ons inhalen, blijft maar doorgaan. Niet veel later komen we langs een immens groot parkeerterrein, midden in de natuur. Hier stoppen de auto’s en bussen en passagiers stappen uit. Na de parkeerplaats wordt de weg minder én smaller – maar dat is niet het enige wat het lastig fietsen maakt. Iedereen die op de parkeerplaats is uitgestapt, zet de reis vanaf daar te voet verder - over hetzelfde smalle weggetje waar wij omhoog fietsen. Iedereen om ons heen is gekleed in Keltische kledij. De een wat uitbundiger dan de ander, maar een vertoning is het wel. Het duurt even voordat we in de gaten hebben waarin we beland zijn. Hele gezinnen trekken ‘ten strijde’ en alle Keltische goden zijn aanwezig. Van Alator tot Brigantia en van Borvo tot Brigit. Heel even lijkt het alsof we in een zeer slechte B-film zitten, maar niks is minder waar. We passeren een groot terrein met muziek, verschillende kampvuren en zelfs een camping. Wat blijkt? We zijn midden in het Celtic Valle D’Aosta terecht gekomen, een jaarlijks meerdaags festival dat zich afspeelt in het hele Valle D’Aosta.

 

De immense stilte van een schitterende sterrennacht

Niet heel veel later zijn we alle drie wel leeg gebeukt op deze eindeloze weg omhoog die ondertussen ook onverhard is geworden. Zonder enige discussie besluiten we om om te keren en terug te gaan naar onze eigen basis. Geen tent en geen kampvuur maar wel een patio met barbecue. Onder het genot van een heerlijke maaltijd en een flinke fles Moretti nemen we de dag nog eens rustig door. Als de doos Moretti leeg is en de verhalen op zijn, kijk ik omhoog. De zwaluwen van vanmorgen hebben plaats gemaakt voor duizenden sterren. Het gekrijs van de kleine acrobaatjes is opgeslokt door de immense stilte van een schitterende sterrennacht. En onder die sterrenhemel sluit ik dit blog af met een citaat van Cerridwen, een Keltische godin voor magie en inspiratie:

 

“Geef mij poëtische inspiratie, uit jouw ketel van wijsheid.” 

 

 

 

Punta Marina Terme

  Het is een warme ochtend in Punta Marina Terme. Ik gooi m'n laatste slok espresso achterover en strek de beentjes. De rit van gisteren...