maandag 12 oktober 2020

Operatie Cannonshot, geschiedenis in de achtertuin

Het was begin oktober, vroeg in de ochtend. De late zomerse zonnestralen hielden de aanstaande herfst nog even op afstand. Het lichte briesje dreef de dunne sliertige bewolking uiteen, waardoor de laatste zomerse zonnestralen vrij spel kregen om alles te verwarmen wat hen ten prooi viel. 


 

Eén van onze favoriete rondjes, langs de IJssel

Ik trok er samen met Hans op uit om één van onze favoriete rondjes te rijden, langs de IJssel.

Een rondje dat we wel vaker maken en zeker op zo’n mooie dag als vandaag is het altijd een genot om te zien hoe de zonnestralen met het water spelen dat door de IJssel stroomt. Hans stond stipt op de afgesproken tijd bij mij voor de deur. Ik stapte op mijn fiets en we probeerden zo snel als we konden de weilanden te bereiken om zo in alle rust richting Wilp te rijden. Wat ons direct opviel, was de temperatuur: het leek wel voorjaar. Het beloofde nu al een mooie dag te worden. 

 

De zonnestralen weerkaatsten op het stromende water

Eenmaal bij Wilp aangekomen, sloegen we rechts af de Dorpsstraat in. Aan het eind gingen we weer rechts, waarbij we de Dorpskerk passeerden. Een schitterend kerkje, met eenzelfde schitterende geschiedenis die teruggaat naar het jaar 765. Het was de Angelsaksische missionaris Lebuinus die hier in dat jaar een oratorium neerzette. Dezelfde Lebuinus bouwde later ook een kerk in Deventer en Zwolle. Na zijn dood in 773 werd hij heilig verklaard en  uitgeroepen tot patroonheilige van Deventer. Vanaf dit kerkje reden we rechtdoor tot de dijk, waar we rechts afsloegen richting Zutphen. Mijn ogen gingen als radars over de weilanden, op zoek naar wild. En ja, een haas in het veld! “Opmerkelijk”, dacht ik bij mezelf. “Het lijkt wel of de populatie de laatste jaren aan het toenemen is. Mooie beestjes.” We passeerden boerderijen en landerijen en genoten van het heerlijke weer en van alles wat er om ons heen te zien was. Niet veel later fietsten we vlak langs de IJssel en ik genoot van het schitterende uitzicht. De zonnestralen weerkaatsen op het stromende water van de rivier. De rivier die nooit stilstaat; die geeft en neemt. De rivier die de stad in tweeën deelt; die het wrakhout op de golven met zich meedraagt. De rivier die, dag in dag uit, alles ondergaat; die je nooit hoort klagen. De rivier die gewoon doorgaat met doen waar hij goed in is - stromen. Ik denk hier vaak aan, als ik weer eens tegen de wind in aan het harken ben en langs deze mooie, gekronkelde machine van natuurgeweld fiets.

 

Als koorddansers daalden we het gladde stukje dijk af

Een eindje verderop liep de weg iets naar rechts en voordat ik er erg in had, kneep ik in mijn remmen. Aan het eind stonden drie bankjes en ik deed iets wat ik tijdens dit rondje nog nooit had gedaan. Ik stopte en zei tegen Hans dat ik vanaf deze verhoging een foto wilde maken. Ik zette mijn fiets tegen een houten hekje en keek van links naar rechts over de rivier. Niet heel ver voor ons zag ik een steen. “Wat is dat?”, vroeg ik aan Hans. “Het lijkt wel een gedenksteen.” Op onze fietsschoenen waggelden we er heen. Als koorddansers daalden we het gladde stukje dijk af dat ons bij de steen bracht. Met stomme verbazing lazen we dat de geallieerden hier op 12 april 1945 zijn overgestoken. “We zijn hier al zo vaak langs gefietst, maar ik heb nooit geweten dat dat hier was”, zei Hans. 

 

Op 11 april 1945 om 14.00 uur begonnen de geallieerden Operatie Cannonshot. De oversteek was onder andere vanuit Slot Nijenbeek blootgesteld aan de Duitse observatie. Door aan beide zijden gebruik te maken van gigantische rookgordijnen, konden de eerste amfibievoertuigen en infanteristen de overkant bereiken. Om tanks en ander materieel óók aan de overkant te krijgen, moest ter plekke een brug gebouwd worden. Deze brug was om 23.15 uur klaar en tijdens deze operatie hebben de nodige soldaten hun leven gegeven. Om 03.00 uur in de ochtend van 12 april was ook de veerpont klaar om tanks en ander zwaar materieel naar de overkant te brengen. Vanaf dit punt trokken de geallieerden verder richting Wilp, Twello, Teuge en Apeldoorn. Een andere compagnie trok op datzelfde moment via het kanaal richting Apeldoorn, zodat Apeldoorn op 17 april van twee kanten bereikt kon worden.

 

Ik knikte en keek nog eens over de rivier

Hans en ik keken nog eens rustig om ons heen en beseften dat we hier op een belangrijk punt van de Nederlandse bevrijding stonden. “Nooit geweten dat ze hier de oversteek gemaakt hebben, terwijl we hier al zo vaak langs gefietst zijn”, zei Hans weer. Hier, op dit punt konden de geallieerden vanuit het oosten doorstoten naar het noorden om zo de vluchtroute van onze bezetter af te sluiten. Ik knikte, keek nog eens over de rivier en zei: “Een stukje geschiedenis in onze achtertuin.” We besloten om verder te gaan en kluunden terug naar onze fietsen. We stampten de klei van onze fietsschoenen en klommen op de fiets. 

 

Hans en ik staarden stil om ons heen

Niet veel verder kwamen we langs landgoed De Poll. Op dit landgoed staat, aan de rand van de IJssel, ruïne Nijenbeek. We besloten om ook daar een kijkje te nemen. We stuitten op een zeer mooie ruïne van dat wat vroeger een alleraardigst slot moet zijn geweest. Dat slot stond hier sinds 1266 en was altijd bewoond, totdat de Duitsers het innamen en er een observatiepost van maakten. Vanaf deze plek heb je een schitterend uitzicht over de IJssel. Op een bordje lazen we dat de geallieerden het kasteeltje zwaar hadden beschoten om de Duitsers eruit te krijgen zodat ze de oversteek konden maken. De achterkant van het kasteeltje was er gewoonweg vanaf geschoten. Na de oorlog werd het nooit meer in ere hersteld. Ik stond naar de ruïne te kijken toen een vreemd gevoel mij bekroop. Was het blijdschap? Trots? Ik kon het gevoel niet direct thuisbrengen. Respect komt eerder in de buurt; respect voor de jonge mannen die hier voor onze vrijheid vochten. Het was voelbaar; je voelde gewoon dat hier stevig is gevochten. Jonge mannen die hier voor onze vrijheid hebben gestreden. Hans en ik staarden stil om ons heen. Het was een schitterend plekje; we hoorden en zagen niemand. We probeerden nog een glimp van de achterkant van de ruïne op te vangen, maar we konden helaas niet echt dichtbij komen. Op bedeesde toon vroeg Hans “Zullen we gaan?” We liepen terug naar onze fietsen en keken nog even naar het bijgebouw. We stapten in stilte op, reden het zandpad af en lieten de ruïne achter ons. We zeiden niets tegen elkaar. Het enige geluid was het geluid van onze fietsen die over het zandpad knarsten.

 

Een stukje geschiedenis in onze achtertuin

We kwamen op de verharde weg en vervolgden onze route. Al snel zaten we weer in ons ritme en lieten we de beentjes lekker rondgaan. We waren allebei onder de indruk van wat zich hier 75 jaar geleden had afgespeeld en zeiden niet veel. We reden door naar Zutphen, Brummen en Laag-Soeren. De laatste zomerse zonnestralen zorgden voor een warm gevoel. We fietsten via Eerbeek naar Loenen en besloten om langs het Apeldoorns Kanaal terug te fietsen naar Apeldoorn waar we nog even een espresso dronken. Terwijl we van het heerlijke weer en onze espresso genoten, namen we deze rit nog eens rustig door. Een stukje geschiedenis, en dat alles gewoon in onze achtertuin.

 

 

Punta Marina Terme

  Het is een warme ochtend in Punta Marina Terme. Ik gooi m'n laatste slok espresso achterover en strek de beentjes. De rit van gisteren...