Claudio Chiappucci (28 februari 1963) was de zoon van Arduino en Renata Chiappucci. In zijn jonge jaren kreeg hij van zijn vader vaak het verhaal te horen van ‘il Campionissimo’ Fausto Coppi. Zijn vader had namelijk samen met Coppi in de Tweede Wereldoorlog gevochten in het verre Ethiopië. Daar, onder de brandende zon, ontstond een ware vriendschap tussen die twee mannen. Een vriendschap die nog hechter werd toen ze samen in een krijgsgevangenkamp terechtkwamen. Daar deelden ze hun water en eten, sliepen ze samen op de grond en vertrouwden elkaar blind. Uit al die verhalen klonk bewondering, trots en diepgeworteld respect. Respect voor de tengere ‘Campionissimo’ waarmee zijn vader een verschrikkelijke tijd had overleefd. Helaas voor Claudio was Coppi twee jaar voor zijn geboorte overleden zodat hij hem nooit heeft kunnen ontmoeten.
Doorzettingsvermogen en vechtlust
Papa Arduino wist de kleine Claudio te motiveren om ook te gaan fietsen. Hij kreeg een oud fietsje en begon wat wedstrijdjes te rijden. Zijn vader hoopte natuurlijk dat hij in de sporen van Fausto Coppi zou treden, maar Claudio beschikte helaas niet over het talent van Coppi. Wel beschikte hij over een enorme dosis doorzettingsvermogen en vechtlust en daardoor wist de kleine Claudio zich door de amateurs heen te vechten en een profcontract af te dwingen bij Carrera – Inoxpran. Zijn vader was ondertussen ernstig ziek geworden, maar kon gelukkig zijn zoon in 1985 nog wel zien debuteren bij de openingskoers ‘Trofeo Laigueglia’. Terwijl mama Renata bad voor een goede koers voor Claudio, zag zijn vader zijn droom werkelijkheid worden: zijn zoon trad in de sporen van zijn grote vriend ‘il Campionissimo’. Helaas kon hij hier niet lang van genieten; nog geen 15 uur na de koers overleed Arduino Chiappucci.
Zijn naam was gevestigd
De eerste jaren van de profcarrière van Claudio gingen geruisloos voorbij. Hij deed zijn werk als
knecht en werkte hard voor de ploeg, maar uitslagen werden er niet echt gereden. Tot 1990, het jaar waarin hij het bergklassement van de Giro won door veelvuldig te pas en te onpas te demarreren. Met deze trui op zak vertrok hij naar de Tour de France.
Vlak na het startschot in de eerste etappe ging hij er met drie medevluchters vandoor: Steve Bauer, Ronan Pensec en Frans Maassen, de latere etappewinnaar. Ze wisten een voorsprong van 10 minuten en 35 seconden bij elkaar te fietsen en deze voorsprong zou de rest van de Tour in zijn greep houden. De eerste acht dagen ging het geel naar Steve Bauer, daarna reed Ronan Pensec twee dagen in het geel. Uitgerekend op de Alpe d’Huez nam Claudio het geel over van Pensec, de plek waar niemand minder dan Fausto Coppi als eerste renner ooit boven kwam. Hij hield de trui vervolgens acht dagen om zijn schouders en stond hem de voorlaatste dag af aan de uiteindelijke winnaar van dat jaar, Greg LeMond. Dit gebeurde in de individuele tijdrit over 45 kilometer die overigens door onze landgenoot Erik Breukink gewonnen werd. LeMond won de Tour voor de derde keer, Chiappucci werd tweede en Erik Breukink derde. Met die tweede plaats was de naam van Claudio Chiappucci gevestigd.
‘el Diablo’ was geboren
Al snel kreeg hij de bijnaam ‘el Diablo’ - en dat was niet voor niets. De kleine duivel vloog er te pas en te onpas in, iets dat niet elke kopman kon waarderen. Ondertussen had hij de harten van vele Italianen voor zich gewonnen door in 1991 de klassieker Milaan-San Remo, de Ronde van Baskenland en het puntenklassement in de Giro te winnen. Met deze overwinningen op zak vertrok hij dat jaar naar de Tour, waar dat jaar als 13e etappe een aankomst in Val Louron op het programma stond. In deze etappe zette de kleine duivel tijdens een afdaling de achtervolging in op niemand minder dan Indurain. Aan de voet van de Col d’Aspin wist hij bij de Spanjaard aan te sluiten waarna deze twee nieuwe helden tot op de top van de Val Louron als een machine samenwerkten. Chiappucci pakte de etappe en Indurain het geel waarmee hij zijn heerschappij voor de komende zes jaar inluidde. Claudio pakte de bolletjestrui, maar zijn grootste stunt moest nog komen.
18 juli 1992, de dag waarop het moest gebeuren – en ook gebeurde
Het was de Tour de France van 1992 en ook nu weer gebeurde het in de 13e etappe. Het was 18 juli en de finishstreep van deze etappe was na 254 kilometer getrokken in Italië. Berg op, in Sestrière. Deze etappe moest met grote letters in de agenda van Claudio hebben gestaan, want het was exact veertig jaar geleden dat ‘il Campionissimo’ daar gewonnen had. Dit was de dag waarop het moest gebeuren. Hoe vaak hij de verhalen van zijn vader had gehoord over hoe Fausto Coppi over de bergen vloog... Coppi, de man waarmee zijn vader in een krijgsgevangenenkamp had gezeten; twee mannen die in de oorlog lief en leed deelden. Claudio had alles in zijn carrière aan het lot van deze twee mannen te danken. Zijn vader had hem helaas nooit zien winnen, maar wat was hij trots dat zijn zoon profrenner was geworden. Voor Claudio was vandaag dé dag om uit te betalen. Om de Italiaanse wielerfans een Touretappe op eigen bodem te schenken. Om onsterfelijk te worden, net zoals Coppi veertig jaar eerder gedaan had.
Die ochtend vertrokken de renners om 08.45 uur, een de etappe van 254 kilometer met vijf loodzware beklimmingen en met de finish in Sestrière. Op de eerste klim ging Claudio er direct vandoor en kreeg hij een sliert renners achter zich aan. Hij hield het tempo hoog en veel renners konden niet volgen; stuk voor stuk moesten ze ervan af. Het werd een vlucht van meer dan 200 kilometer, waarvan 125 kilometer alleen. Het werd een gevecht tegen de elementen: de brandende zon, de onophoudelijke beklimmingen en de druk van de achtervolgers. Maar niets kon hem ervan weerhouden om in de voetsporen van Fausto Coppi te treden. Dit was zo’n dag dat er geschiedenis geschreven moest worden. In de laatste klim probeerde Indurain nog om dichterbij te komen, maar het was te laat. De berg stond de hele dag al vol met Italianen die helemaal door het dolle waren - hun held kwam eraan! Claudio was ondertussen uitgewoond, maar met de energie en duwtjes van duizenden uitzinnige Italianen kwam hij na 7 uur en 44 minuten solo over de streep waar hij in de armen viel van zijn moeder die net zo uitzinnig was als de rest van de Italianen. En zo won Claudio in Sestrière, exact 40 jaar na de overwinning op diezelfde plek door Fausto Coppi. De winst ging naar de zoon van de man met wie Coppi in de oorlog had gestreden. Claudio won en Indurain pakte het geel dat hij niet meer afstond. Indurain won de tour en in Parijs stond de kleine duivel als tweede op het schavot met ook nu weer de bolletjestrui om zijn schouders.
Een mooie carrière, misschien wel met hulp van boven
Daarna wint Claudio in 1993 nog de groene trui in de Giro waar hij in het algemeen klassement derde werd. Hij pakte dat jaar ook nog een etappe in de Giro en in de Tour. Een jaar later werd hij tweede op het WK en in de ronde van Lombardije. Daarna ging het langzaam minder met de kleine duivel; zijn positie binnen de ploeg werd overgenomen door een andere kleine klimmer, Marco Pantani. In 1999 hangt hij zijn fiets aan de wilgen, terugkijkend op een mooie carrière: hij behaalde zes keer het podium in een grote ronde, won drie keer de groene trui, twee keer de bolletjestrui en één keer het puntenklassement in de Giro. Ook stond hij negen keer op het podium in een klassieker, met als hoogtepunt winst in Milaan-San Remo. Ook werd hij tweede tijdens het WK van 1994 in Agrigento.
Zijn vader Arduino heeft het nooit mee kunnen maken, maar de vele gebeden van ‘mama Renata’ hebben zeker gehoor gekregen. Claudio Chiappucci haalde meer uit zijn carrière dan van tevoren verwacht werd, en misschien gebeurde dat wel met een beetje hulp van twee oude strijders van bovenaf.
